Tel: 0318-519167

Suikerziekte

Wat is suikerziekte;

Suikerziekte bij de kat wordt ook wel diabetes mellitus genoemd. bij deze aandoening is er constant een te hoog glucose (suiker) gehalte in het bloed aanwezig. normaal gesproken zorgt het hormoon insuline ervoor dat dit suiker opgenomen wordt in de lichaamscellen. bij suikerziekte wordt er door de alvleesklier niet genoeg insuline geproduceerd of reageren de cellen niet meer goed op insuline. Er blijft daardoor teveel glucose in het bloed en de cellen en organen krijgen een tekort aan brandstof.
Symptomen suikerziekte bij de kat; 
katten met suikerziekte zullen meer willen eten en drinken. Dit drinken doen ze omdat ze meer vocht uit plassen wanneer er suiker in de urine terecht komt. door veel te drinken zullen ze het vochtverlies aanvullen. ondanks dat deze katten veel eten, zullen ze afvallen omdat de brandstof de cellen niet in kan en ze hun reserves moeten aanspreken. ook voelen katten zich niet lekker in hun vel en zullen ze meer slapen en hun vacht slechter verzorgen.
Behandeling suikerziekte bij de kat:
Insuline: bij de meeste katten moet katten 2x per dag insuline worden toegediend. Het is heel belangrijk dat er regelmaat is in het leven van de kat. om dezelfde tijd, dezelfde hoeveelheid insuline en om dezelfde tijd eten. in de eerste periode zijn regelmatige controles van de glucosespiegel nodig om de juiste dosering insuline te bepalen.
Dieet: daarnaast is het belangrijk om een speciale voeding te gaan geven. het is wetenschappelijk bewezen dat katten met suikerziekte baat hebben bij een hoger vezel gehalte en een hoger eiwit gehalte. in plaats van snelle koolhydraten zorgen complexe koolhydraten uit vezels ervoor dat de glucose trager vrij komt. zo blijft de glucose spiegel in het bloed veel constanter. verder is het belangrijk om eventueel overgewicht aan te pakken omdat dit een oorzaak van suikerziekte kan zijn. Als suikerziekte in een vroeg stadia ontdekt wordt, kan er met afvallen veel bereikt worden. Als katten afvallen en meer gaan bewegen verdwijnt bij 1 op de 4 katten geheel.
Delen met: