Tel: 0318-519167

Megaoesophagus

Een megaoesophagus is de latijnse naam voor een slokdarmverwijding. Dit is een aandoening waarbij de slokdarm geheel of gedeeltelijk zijn functie verloren heeft. In gezonde toestand is een slokdarm een buis van spierweefsel. Als voedsel wordt doorgeslikt dan zorgt de slokdarmspier ervoor dat het voedsel van de mond naar de maag gaat, door steeds achter het voedsel samen te trekken. Bij een gezonde hond is de slokdarm, behalve tijdens het eten, leeg.

Gevolgen van een megaoesophagus

Bij een hond met een megaoesophagus wordt het transport van het doorgeslikte voedsel niet ondersteund door de slokdarmspier. Het voedsel bereikt dan uiteindelijk de maag door de zwaartekracht. Dit gaat heel langzaam. Zo langzaam dat deze honden eigenlijk altijd voedsel of vloeistof in de slokdarm hebben zitten. Omdat er geen sluitspier zit tussen de mond en het begin van de slokdarm, kan de slokdarminhoud via de mond weer terug lopen. Dit “opgeven” van voedsel of vloeistof wordt regurgiteren genoemd. Het is belangrijk om dit regurgiteren te onderscheiden van braken.

Verschijnselen van een megaoesphagus

Dit regurgiteren gebeurt meestal niet tijdens, maar juist enige tijd na het eten. Tijdens momenten van ontspanning, bijvoorbeeld als de hond gaat verliggen tijdens het slapen maar ook bij plotselinge verhoging van de druk in de buik, bijvoorbeeld als de hond blaft omdat de deurbel gaat. Dat zijn momenten dat deze honden ineens voedsel of vloeistof uit de mond laten ‘vallen’.

Een vervelende complicatie van een slokdarmverwijding is longontsteking. Deze longontsteking ontstaat doordat voedsel vanuit de slokdarm via de mond en de luchtpijp in de longen loopt.

Verschil regurgiteren en braken

Tussen de slokdarm en de maag is wel een sluitspier aanwezig. Als voedsel eenmaal in de maag zit, dan komt het er niet zo maar weer uit. Hier heeft het lichaam de braakreflex voor nodig. Braken wordt voorafgegaan door misselijkheid. Dat is bij een hond te zien aan onrustig gedrag, zachtjes piepen en kwijlen. Ook kost braken behoorlijk wat kracht. De buikspieren trekken flink samen om de maaginhoud door de sluitspier heen in de slokdarm naar boven te transporten. Honden kreunen hier vaak bij. Honden die regurgiteren vertonen geen misselijkheid, en het voedsel of de vloeistof valt uit de mond zonder dat dit ook maar enige kracht lijkt te kosten.

Diagnose en oorzaak

Op basis van de verschijnselen is de vermoedelijke diagnose slokdarmverwijding snel te stellen. Een röntgenfoto is nodig om dit vermoeden te bevestigen. Bij een jonge hond kan er sprake zijn van een aangeboren probleem, bij volwassen honden kunnen spier- of zenuwaandoeningen de oorzaak zijn. Soms kunnen we de onderliggende oorzaak helaas niet vinden.

Behandeling

Zelfs als de onderliggende oorzaak gediagnosticeerd en behandeld kan worden, is de beschadiging van de slokdarm meestal blijvend. De behandeling bestaat uit het aanpassen van de voeding en de tafelmanieren. Zo zetten we het eten hoger neer en leren de hond om zittend te eten en drinken. Na het eten en drinken moet het dier ook een tijdje blijven zitten. De slokdarm van de hond is dan in verticale positie, waardoor het voedsel beter in de maag zakt.

De prognose voor de hond is afhankelijk van het succes van deze maatregelen. Als er verschijnselen zijn van een longontsteking dan is een behandeling met antibiotica noodzakelijk.

Delen met: